Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2120.

21. De slotsom is dat het in het principaal beroep voorgestelde middel slaagt en dat het bestreden arrest niet in stand kan blijven. CTV verzoekt de Hoge Raad om, bij vernietiging van het bestreden arrest, de zaak op de voet van art. 420 Rv aanstonds zelf af te doen met bekrachtiging van het vonnis van de Rechtbank (zie onderdeel I onder 5 en de schriftelijke toelichting onder 3.1.12). Het verzoek heeft goede grond. Waar het Hof heeft geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de kans op diefstal in het concrete geval zo groot was dat deze als "waarschijnlijk" gevolg van het parkeren op de parkeerplaats in Gulpen moet worden aangemerkt en dit oordeel in cassatie tevergeefs (door middel I in het incidentele beroep; zie hierna onder 27) wordt bestreden, is uitgesloten dat, na verwijzing, alsnog het oordeel wordt bereikt dat het gedrag van de chauffeur kan worden aangemerkt als gedrag dat voldoet aan de door de Hoge Raad geformuleerde maatstaf. Na vernietiging kan de Hoge Raad de zaak derhalve zelf afdoen door op het bestaande hoger beroep de grieven te verwerpen en het beroepen vonnis van de Rechtbank te bekrachtigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4db03b192cddbcd3b88c6016d4d39e51e279566f2278271680929f8d84fde84d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4db03b192cddbcd3b88c6016d4d39e51e279566f2278271680929f8d84fde84d, en de alinea staat in dat document op bytes 22818 tot 23977.