Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2126.
4.4. Ik vermag niet in te zien waarom de rechtsgang bij een administratieve rechter geen "effective remedy" in de zin van art. 13 EVRM zou zijn. In de door de steller van het middel aangehaalde jurisprudentie van het EHRM kan ik evenmin aanknopingspunten vinden voor die stelling. Hoe het feit dat degene aan wie een verwijderingsbevel wordt uitgereikt pas na inverzekeringstelling voor art. 184 Sr rechtsbijstand krijgt het recht op "een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie", zoals art. 13 EVRM garandeert, aantast, is mij evenmin duidelijk. Het staat degene aan wie een verwijderingsbevel is uitgereikt vrij - met of zonder rechtsbijstand - op grond van art. 6:4 jo. 7.1 Awb bezwaar aan te tekenen bij de burgemeester en daarna beroep bij de bestuursrechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/674f0980963c7c59ea0fa71581154db64515dd11313f0366127d7ad436d44e86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 674f0980963c7c59ea0fa71581154db64515dd11313f0366127d7ad436d44e86, en de alinea staat in dat document op bytes 16760 tot 17553.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/674f0980963c7c59ea0fa71581154db64515dd11313f0366127d7ad436d44e86 | shasum -a 256