Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2146.
In het verlengde van het zo-even besprokene meen ik dat er inderdaad gevallen denkbaar zijn waarin een onderscheid zoals dat door [eiser] is bepleit, moet worden gemaakt; maar meen ik óók, dat het bij de beoordeling daarvan in overwegende mate aankomt op feitelijke waardering van de bijzonderheden van het gegeven geval. Een oordeel hierover is te veel verweven met waarderingen van feitelijke aard om in cassatie tot de kern te kunnen worden onderzocht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e, en de alinea staat in dat document op bytes 14802 tot 15272.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e | shasum -a 256