Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2146.
21) Het lijkt mij overigens dat ook de opvatting die namens [eiser] in de schriftelijke toelichting (nr. 25) aan de hand van art. 7:226 van wetsontwerp 26 089 en art. 6:74 BW wordt verdedigd, tot de hier aangenomen bewijslastverdeling leidt: de partij die een beroep wil doen op de (uitzonderings)regel die in art. 6:74 BW na "tenzij" volgt en die in art. 7:226 BW in het derde lid is opgenomen, zal in het algemeen stelplicht en bewijslast hebben ten aanzien van de feiten die aan de uitzondering ten grondslag worden gelegd. Zo is het hier ook - althans als het gaat om een verplichting die niet al naar zijn aard valt buiten de verplichtingen die "onmiddellijk verband" houden met het doen hebben van gebruik van het gehuurde etc.(14). Ik gaf al als mijn mening te kennen dat bedingen inzake privé-gebruiksrechten m.b.t. zich (na)bij het gehuurde bevindende onroerende zaken (zeker als het gaat om gebruik dat past in het kader van het gebruik dat overigens van de gehuurde zaak wordt gemaakt), niet kunnen worden aangemerkt als bedingen die naar hun aard in de uitzonderingscategorie vallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e, en de alinea staat in dat document op bytes 22546 tot 23656.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e | shasum -a 256