Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2146.

22) Dat brengt mij tot de uitkomst dat de rechtbank voor de bewijslastverdeling een niet geheel juiste regel heeft toegepast, maar dat zij daarbij wel tot het juiste resultaat is gekomen. De feitelijke gegevens die in cassatie ter beschikking staan wijzen immers uit dat het hier gaat om gebruik van (na)bij het gehuurde aanwezige aanhorigheden voor een doel dat past in het kader van het wonen, door [verweerder] c.s., in de gehuurde woning, en dat dat gebruik aan [verweerder] c.s. is toegestaan door hun (aanvankelijke) verhuurster. Eerder (in alinea 14) gaf ik al aan dat er ook niets is dat er op wijst dat dit gebruik niet (vooral) verband hield met het ter plaatse wonen van [verweerder] c.s.. [Eiser] heeft inderdaad beroep gedaan op uitzonderlijke begeleidende omstandigheden die mogelijk een andere beoordeling kunnen rechtvaardigen, maar wat [eiser] daarover heeft aangevoerd is door [verweerder] c.s. betwist. Dan rust, aan de hand van de zojuist geopperde (vuist)regel, de bewijslast m.b.t. deze betwiste omstandigheden op [eiser].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e, en de alinea staat in dat document op bytes 23676 tot 24733.