Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2146.
12 Zowel de rechtbank in het hier besproken oordeel als [eiser] in de cassatiedagvaarding in alinea 19, lijken ervan uit te gaan dat het steeds alleen de huurder is die er belang bij kan hebben, zich op de werking van art. 7A:1612 BW te beroepen. Er zijn echter ook gevallen te bedenken waarin (vooral) de opvolgend verhuurder daarbij belang heeft. De verplichting tot het verlenen van bepaalde diensten, zoals [verweerder] c.s. die in dit geval hadden aanvaard, levert daarvan een voorbeeld op. Dat ook deze mogelijkheid bestaat (dus: dat juist de verhuurder belang heeft bij een beroep op art 7A:1612 BW), maakt de hier door de rechtbank gehanteerde regel én de t.a.p. door [eiser] verdedigde gedachte nog minder aannemelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e, en de alinea staat in dat document op bytes 28084 tot 28825.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bddf63d11be03129018ab87477fc968fd30dd7439b0c41205fee6c85db7e66e | shasum -a 256