Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2149.

6.7 Het ligt m.i. voor de hand dat dergelijke slachtoffers aan een ander kenbaar kunnen maken aanspraak te willen maken op smartengeld. Dat zij dat vervolgens niet zelf in woord of geschrift tot uitdrukking (kunnen) brengen, mag geen beletsel zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207, en de alinea staat in dat document op bytes 28895 tot 29156.