Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2149.

c. als men eenmaal aanneemt dat "vertegenwoordiging door zaakwaarneming" slechts bij hoge uitzondering mogelijk is, dan ligt daarin besloten dat dit, op de voet van art. 6:106 lid 2 BW, niet mogelijk is als de benadeelde geen enkel bewustzijn heeft.(19) Zou het in een dergelijk geval - waarin de benadeelde niets kenbaars wil - wél mogelijk zijn, dan zou het a fortiori mogelijk moeten zijn in alle gevallen waarin hij enig bewustzijn heeft. De uitzondering wordt dan regel en daarmee wordt het wettelijk stelsel op zijn kop gezet;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207, en de alinea staat in dat document op bytes 30168 tot 30714.