Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2149.

7.3 De opvattingen over de vraag of vergoeding moet plaatsvinden lopen - zoals hierna nog zal blijken - binnen en buiten ons land sterk uiteen. Of thans de facto met enige regelmaat enigszins substantiële vergoedingen worden betaald, is mij niet bekend. Ik veronderstel dat dit niet zo is. Het ligt in de rede te veronderstellen dat verzekeraars, gegeven dat het om een omstreden kwestie gaat, niet vrijwillig aanzienlijke bedragen voldoen. Daar komt bij dat het "PIV" (het door verzekeraars opgerichte Instituut voor personenschade) van mening zou zijn dat vergoeding niet op haar plaats is, tenzij nog sprake is van enig bewustzijn.(22)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207, en de alinea staat in dat document op bytes 32831 tot 33483.