Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 173 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2149.

11.7 Voorts dient te worden bedacht dat er uiterst schrijnende en diep in het menselijk leven ingrijpende situaties zijn waarin (vooralsnog) geen smartengeld kan worden geclaimd.(78) Ik noem slechts gevallen waarin door de onrechtmatige daad van een ander een dierbaar familielid de dood vindt of zeer ernstig wordt gewond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207, en de alinea staat in dat document op bytes 47368 tot 47705.