Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 188 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2149.
11.20.2 In gevallen als hier aan de orde kan de benadeelde zelf geen vordering instellen. In beginsel kan een derde dat evenmin namens hem. Strikt vasthouden aan die regel zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn wanneer smartengeld zou kunnen dienen ter verlichting van het lijden van de benadeelde. Maar die onaanvaardbaarheid bestaat m.i. slechts wanneer daaraan geen mouw zou kunnen worden gepast. Buiten die gevallen is geenszins onaanvaardbaar in de zin van art. 6:2 lid 2 BW dat een vorderingsrecht niet bestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207, en de alinea staat in dat document op bytes 52825 tot 53388.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207 | shasum -a 256