Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2149.

2.7 De Kantonrechter heeft bij vonnis van 10 juni 1998 de vordering tot vergoeding van immateriële schade afgewezen. Na aandacht te hebben besteed aan de parlementaire geschiedenis en met name aan de afwijzende reactie in het Eindverslag, constateert hij dat de wetgever een "genoegdoening" voor ogen heeft gestaan. Zijns inziens is de wetgever van een situatie uitgegaan dat de benadeelde zich bewust was van "het nadeel dat hem is overkomen en hij zelf de genoegdoening van en financiële compensatie kan beleven" (rov. 8 en 9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207, en de alinea staat in dat document op bytes 9142 tot 9686.