Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2149.

"dat [betrokkene] zich gedurende ongeveer anderhalve maand - van begin januari 1994 tot kort voor zijn overlijden - in een (soporeuze)(3) toestand heeft bevonden, waarvan aannemelijk is dat hij daarin in enige mate het besef heeft gehad van hetgeen hem was overkomen en van de gevolgen voor zijn naaste familie. De hulpeloosheid, die hij in die periode tevens zal hebben gevoeld ten aanzien van zijn eigen situatie en het verdriet van zijn familie, zal hem - naar evenzeer aannemelijk is - leed hebben bezorgd, dat rechtens moet worden aangemerkt als nadeel (...) als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 BW" (rov. 4.6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207, en de alinea staat in dat document op bytes 15648 tot 16275.