Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2149.

2.21 De Rechtbank neemt daarbij tot uitgangspunt dat artikel 6:106 BW in beginsel niet zover reikt dat de erven [...], naast [betrokkene], een zelfstandige aanspraak op smartengeld hebben. Bij het ontbreken van lid 2 van artikel 6:106 BW zou de erven [...], aldus de Rechtbank, in het geheel geen smartengeld zijn toegekomen. Indien [betrokkene] onmiddellijk na het ongeval zou zijn overleden, had [verweerster] niet meer dan de schade door het derven van levensonderhoud behoeven te vergoeden (art. 6:108 BW) (rov. 4.8.1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207, en de alinea staat in dat document op bytes 17203 tot 17739.