Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2149.

4.8.3. Dat het recht op smartengeld de gerechtvaardigde belangen van de benadeelde aldus niet afdoende zou tegemoetkomen, stuit in een geval als het onderhavige af op het gegeven dat het recht op materiële schadevergoeding meebracht dat [betrokkene] ook in zijn periode van bewusteloosheid aanspraak maakte op behoorlijke medische en therapeutische behandeling, verzorging en verpleging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207, en de alinea staat in dat document op bytes 18252 tot 18653.