Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2149.
3.5 De Rechtbank heeft aangenomen dat [betrokkene] - kort gezegd - vóór januari 1994 geen relevant besef had van zijn lijden (rov. 4.7 en 4.8, geparafraseerd weergegeven). Dat glasheldere oordeel neemt het middel een en andermaal tot uitgangspunt; zie met name onder 1 (tweede alinea), 4, 5 en 6. Het wordt niet bestreden. Naar valt aan te nemen omdat de geëerde steller onderkende dat het ging om een feitelijk en, in het licht van de gedingstukken, niet onbegrijpelijk oordeel. Zij het dan ook dat een ander oordeel, gelet op de onder 2.10 genoemde en niet inhoudelijk weersproken(4) stukken, niet onmogelijk was geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207, en de alinea staat in dat document op bytes 21338 tot 21977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/88f3fc11f09cc0c009a567c83c2eaf2cbfec226e421d4399ba380ba48b8b5207 | shasum -a 256