Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2176.
1.5. De rechtbank te 's-Gravenhage heeft in haar vonnis van 24 april 1996 eerst de verwijten tegen verweerder 2 behandeld. Het verwijt dat verweerder 2 de brief d.d. 11 oktober 1990 van eisers heeft genegeerd werd op feitelijke gronden verworpen. Het verwijt dat verweerder 2 op 8 oktober 1990 eisers (zijn cliënten) had behoren te raadplegen alvorens het aanbod van [betrokkene 1] c.s. van de hand te wijzen, achtte de rechtbank gegrond. Volgens de rechtbank hebben eisers door deze tekortkoming geen schade geleden omdat nadien de onderhandelingen met [betrokkene 1] c.s. over dit aanbod zijn voortgezet en pas op 24 oktober 1990 door eisers een definitief antwoord op dit aanbod is gegeven. De rechtbank achtte de vordering tot schadevergoeding tegen verweerder 2 niet toewijsbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6, en de alinea staat in dat document op bytes 12789 tot 13587.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6 | shasum -a 256