Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2176.

1.11. Over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep nog een korte opmerking. Het hof heeft in het dictum van het arrest van 7 januari 1999 de tussenvonnissen van 24 april 1996 en 30 oktober 1996 bekrachtigd. Is hiermee sprake van een gedeeltelijk eindarrest waarin het hof door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het gevorderde een eind aan het geding heeft gemaakt? In dat geval zou het cassatieberoep te laat zijn ingesteld. M.i. niet. Zie HR 10 juni 1966, NJ 1966, 431 m.nt. GJS. Veegens/Korthals Altes/Groen, Cassatie in burgerlijke zaken (1989) nr. 60, schrijven dat voor de toepassing van deze regel in de appelinstantie onder "het gevorderde" niet moet worden verstaan: de vordering tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep, maar: de in eerste instantie ingestelde vordering voor zover deze door het hoger beroep aan het oordeel van de appelrechter is onderworpen(11).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6, en de alinea staat in dat document op bytes 17364 tot 18273.