Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2176.

2.3. Van een ongeoorloofde eigenmachtige aanvulling door het hof van de feiten is m.i. geen sprake. Het hof heeft argument (i) ontleend aan hetgeen verweerders bij pleidooi in eerste aanleg, blz. 7, in nagenoeg dezelfde bewoordingen hadden aangevoerd. Dat eisers vóórdat zij zich tot verweerder 1 wendden in beginsel overeenstemming hadden bereikt met [betrokkene 1] over aankoop van de onroerende zaken door [C] BV strookt, zoals het hof constateert, met hetgeen eisers zelf hadden gesteld. Het standpunt dat eisers met [C] BV niet beter af zouden zijn geweest hadden verweerders ingenomen bij CvA punt 20 en bij pleidooi in eerste aanleg blz. 9.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6, en de alinea staat in dat document op bytes 21413 tot 22076.