Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2176.

2.4. In subonderdeel 1.2 menen eisers niettemin dat het hof zijn boekje te buiten gaat, omdat verweerders in appel hun verweer niet erop hadden toegespitst dat eisers aan [C] BV vastzaten en daarom niet de vrijheid hadden om aan een derde te verkopen. Ook deze klacht leidt m.i. niet tot cassatie. Bij MvA (punten 36 en 37) hebben verweerders, in reactie op het gestelde bij MvG punt 9.5, aangevoerd dat onaannemelijk is dat eisers, indien verweerder 1 hen zou hebben gewaarschuwd voor de risico's, zouden hebben afgezien van de overeenkomst met [betrokkene 1] c.s. Het gebruik van dit argument impliceert niet dat verweerders hun in eerste aanleg ingenomen stellingen lieten varen. In eerste aanleg (pleitnota, blz. 7-9) hadden verweerders reeds gewezen op de jurisprudentie over het afbreken van onderhandelingen die in een vergevorderd stadium verkeren(12). Het hof heeft de stellingname van verweerders kennelijk zo begrepen - en mogen verstaan -, dat verweerders van mening waren dat de stelling van eisers (dat het hen vrijstond met een ander dan [betrokkene 1] c.s. in zee te gaan) niet houdbaar was, gelet op het resultaat dat eisers in de onderhandelingen met [betrokkene 1] c.q. met [C] BV reeds hadden bereikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6, en de alinea staat in dat document op bytes 22096 tot 23331.