Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2176.

2.5. Subonderdeel 1.3 komt neer op de klacht dat niet valt in te zien waarom eisers - in ruil voor hun bereidheid om [E] BV i.o. als contractspartner te accepteren - niet de vrijheid zouden hebben gehad om van [betrokkene 1] c.s. zekerheidstelling te verlangen. Ook deze klacht treft geen doel. Op zichzelf is juist dat eisers, toen [betrokkene 1] met het voorstel kwam om [E] BV i.o. als koopster in het contract op te nemen, aan de acceptatie van dat voorstel voorwaarden hadden kunnen verbinden, óók met betrekking tot alsnog door [betrokkene 1] c.s. te verschaffen zekerheid. Verweerders hebben in feitelijke instanties echter aangevoerd - en bewezen - dat noch [betrokkene 1] zelf noch de in de bewijsopdracht genoemde vennootschappen bereid (en in staat) waren zekerheid te stellen voor de nakoming door [E] BV. Wanneer, als gevolg daarvan, [E] BV i.o. niet als koopster in het contract had kunnen worden opgenomen zouden eisers en de oorspronkelijk beoogde wederpartij, [C] BV, weer op elkaar zijn aangewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6, en de alinea staat in dat document op bytes 23351 tot 24382.