Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2176.

2.6. Subonderdeel 1.4 heeft betrekking op deze laatste constatering. Aan de steller van het middel kan worden toegegeven dat denkbaar is dat, wanneer [betrokkene 1] c.s. niet bereid was zekerheid te stellen en eisers niet bereid waren [E] BV i.o. zonder zekerheidstelling als nieuwe contractspartner te accepteren, een impasse in de onderhandelingen zou zijn ontstaan en alle betrokken partijen tot de conclusie zouden zijn gekomen dat zij beter helemaal van de transactie konden afzien. Na een dergelijke beëindiging van de onderhandelingen zouden eisers de vrijheid hebben herkregen om de percelen aan een willekeurige derde te verkopen. Maar dat is speculatief. Het hof gaat ervan uit dat - in deze veronderstelde situatie - [betrokkene 1] c.q. [C] BV eisers wél zouden hebben gehouden aan de tussen hen reeds bereikte overeenstemming en dat eisers, voor zover [C] BV als koopster optrad, in dat stadium aan [betrokkene 1] c.s. geen aanvullende eisen meer konden stellen m.b.t. het alsnog verschaffen van zekerheid. Dat oordeel is te zeer verweven met waarderingen van feitelijke aard om in cassatie te worden getoetst (hoe zwaar woog voor [betrokkene 1] het verlangen dat niet [C] BV maar [E] BV i.o. als koopster in het contract werd opgenomen?). In het licht van het debat in feitelijke instanties is de redenering van het hof niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6, en de alinea staat in dat document op bytes 24402 tot 25771.