Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2176.

2.11. Subonderdeel 1.8 springt terug naar de voorlaatste alinea van rov. 15. Begrijp ik die alinea goed, dan heeft het hof - nog steeds in het kader van de discussie of eisers, indien zij door verweerder 1 zouden zijn gewaarschuwd voor de risico's, in 1988 de vrijheid zouden hebben gehad om de onroerende zaken aan een derde te verkopen - acht geslagen op de theoretische mogelijkheid dat de financiële toestand van [C] BV in 1988 zo slecht was dat rekening gehouden moest worden met insolventie (in welk geval eisers die toestand hadden kunnen aangrijpen als argument om, ondanks de reeds bereikte beginselovereenstemming, af te zien van het tekenen van een contract met deze vennootschap en de onderhandelingen af te breken). Het hof constateert dat eisers geen feiten of omstandigheden hebben gesteld waaruit een dergelijke financiële toestand van deze vennootschap in 1988 blijkt. Anders dan het subonderdeel stelt, is die redenering niet onbegrijpelijk. De slotsom is dat onderdeel 1 niet tot cassatie leidt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6, en de alinea staat in dat document op bytes 28088 tot 29117.