Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2176.

3.2. Advies van verweerder 2. De rechtbank (tussenvonnis rov. 13) heeft vastgesteld dat in oktober 1990 aan eisers bekend was dat [E] BV nagenoeg "leeg" was en geen verhaal bood en dat zij niet behoefden te rekenen op een verhaalsmogelijkheid op [betrokkene 1] privé (de daartoe strekkende vordering van eisers was op 11 oktober 1990 in kort geding afgewezen). Verhaal op een van de [...]-vennootschappen was sedert het faillissement op 7 maart 1989 illusoir. De rechtbank heeft beslist dat eisers in deze penibele situatie het "oktober-bod" van [betrokkene 1] c.s. bij wijze van schadebeperkende maatregel hadden behoren te aanvaarden, zulks overeenkomstig het advies van verweerder 2. Dat de onroerende zaken in 1993 uiteindelijk minder hebben opgebracht dan wanneer eisers in 1990 het "oktober-bod" van [betrokkene 1] c.s. zouden hebben geaccepteerd valt volgens de rechtbank niet aan de fouten van verweerder 1 toe te rekenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6, en de alinea staat in dat document op bytes 29816 tot 30761.