Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2176.
3.7. Dubieuze vordering? In rov. 18 stelt het hof vast dat op 11 oktober 1990 aan eisers duidelijk moet zijn geweest dat een vordering op [betrokkene 1] persoonlijk "minst genomen dubieus was". De rechtbank had dat ook al gezegd (rov. 13.2 tussenvonnis 24 april 1996): eisers wisten toen dat hun vordering in kort geding tegen [betrokkene 1] persoonlijk was afgewezen. Subonderdeel 2.2.6 klaagt dat, ook al zou dit zo zijn, daarmee nog niet wordt verklaard waarom eisers het "oktober-aanbod" hadden moeten aanvaarden en niet hun hoop hadden mogen vestigen op een claim tegen [betrokkene 1] persoonlijk; in dit verband wijzen eisers (in subonderdeel 2.4.7) erop dat ook verweerder 2 de kansen voor een vordering tegen [betrokkene 1] persoonlijk niet te verwaarlozen heeft geacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6, en de alinea staat in dat document op bytes 34931 tot 35722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b033ca2e8b1937717919ebb1aa01fea608e809b1cb752df7c4e4dce806e13b6 | shasum -a 256