Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2178.

2.14 Het onder e genoemde verweer heeft m.i. betrekking op de aansprakelijkheid van [eiser] als bestuurder. Op dit verweer behoefde het hof derhalve bij de vaststelling van de schade niet meer in te gaan. De overige verweren had het hof echter - wat er van sommige zij - moeten beoordelen, nu de schade bij onrechtmatige daad dient te worden vastgesteld aan de hand van het feitelijk nadeel dat uit de onrechtmatige daad voorvloeit(14). Zo het hof in rechtsoverweging 5.7 tot uitdrukking heeft willen brengen dat deze verweren dienen te worden verworpen, is het arrest onvoldoende gemotiveerd omdat niet is aangegeven op welke gronden deze verwerping berust. Middel II slaagt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a90e60b947cd4a6da8b03c1f63be7fcc0d71dba9dcfa58aa101e98c941e105d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a90e60b947cd4a6da8b03c1f63be7fcc0d71dba9dcfa58aa101e98c941e105d0, en de alinea staat in dat document op bytes 18746 tot 19444.