Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2181.
3.27 Onder 24 e heeft [eiseres] aangevoerd dat het ontslag op staande voet, gezien het bevestigende oordeel van de kantonrechter, niet evident onjuist was. Ingevolge HR 28 september 1984, NJ 1984, 245 dient de rechter bij toepassing van de matigingsbevoegdheid alle bijzonderheden van het gegeven geval in onderling verband in aanmerking te nemen. Bij de huidige stand van de rechtspraak(21), waarin de onder 24 e genoemde omstandigheid niet als grond voor matiging is afgewezen, had de rechtbank aan deze omstandigheid, die is af te leiden uit de processtukken, ambtshalve aandacht mogen besteden. Het hof heeft aldus ten onrechte overwogen dat op deze omstandigheid geen acht kan worden geslagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8f87b9bfc4b56a463403fdfba5cdbc7b43596b877b32f9cf9fda81a59e43675. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8f87b9bfc4b56a463403fdfba5cdbc7b43596b877b32f9cf9fda81a59e43675, en de alinea staat in dat document op bytes 23489 tot 24200.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8f87b9bfc4b56a463403fdfba5cdbc7b43596b877b32f9cf9fda81a59e43675 | shasum -a 256