Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2183.

1.6. Vervolgens heeft de kantonrechter overwogen dat in art. I-C2 RpbO niet slechts wordt vastgesteld wanneer vakantie wordt genoten, maar ook het aantal dagen wordt vastgesteld waarop de leerkracht aanspraak heeft (rov. 3.3 Ktr.). De vakanties in het onderwijs mogen volgens de kantonrechter aldus riant worden genoemd, maar dat is dan ook een zeer belangrijk voordeel van het werken in het onderwijs. Het komt niet billijk voor dat de werknemers bij ziekte of zwangerschap dit voordeel zouden moeten inleveren zonder enige compensatie (rov. 3.6 Ktr.). De kantonrechter vulde de rechtsgronden aan en attendeerde partijen op de dwingendrechtelijke bepaling van art. 7:636 BW. Met betrekking tot de wijze waarop compensatie zou kunnen plaatsvinden verwees de kantonrechter de zaak naar de rol voor inlichtingen van partijen. Wanneer art. 7:636 BW reeds de verlangde bescherming aan de leerkracht biedt, komt de kantonrechter niet meer toe aan het gestelde verboden onderscheid tussen mannen en vrouwen (rov. 3.9 Ktr.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf, en de alinea staat in dat document op bytes 8679 tot 9709.