Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2183.
2.3. Voor zover de rechtbank van oordeel mocht zijn geweest dat de regeling bij c.a.o., die naar art. I-C2 RpbO verwijst, beschouwd dient te worden als een vorm van instemming bij voorbaat van de lerares met het aanmerken van deze dertien dagen als vakantie(12), acht ik dat oordeel onjuist. Van de door art. 7:636 (oud) jo. 7:645 BW beoogde bescherming zou weinig overblijven indien de verwijzing in de c.a.o. naar art. I-C2 RpbO reeds voldoende geacht zou worden om bij voorbaat (voor alle eventuele zwangerschaps- en bevallingsverloven tijdens de looptijd van de c.a.o.) het recht op compensatie prijs te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf, en de alinea staat in dat document op bytes 13711 tot 14339.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf | shasum -a 256