Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2183.
3.7. In de conclusie van heden in de zaak C 01/193 HR (alinea 3.4 - 3.14) heb ik diverse argumenten behandeld vóór en tegen het volgen van de uitleg die de CRvB aan art. I-C2 lid 1 RpbO heeft gegeven. Tot die argumenten behoorden ook het tekstuele argument (het woord "vakantieverlof") en de betekenis van de andere bepalingen in het RpbO. Ik moge kortheidshalve daarnaar verwijzen. Voor mij weegt het zwaarst het onderscheid dat het RpbO zelf maakt tussen de vakanties van het onderwijzend en die van het niet-onderwijzend personeel: dat duidt erop dat voor onderwijzend personeel geen vakantiedagen worden opgebouwd. Tot de in die conclusie besproken argumenten behoort het argument van de normjaartaak, welke veronderstelt dat leerkrachten in het basisonderwijs, uitgaande van een gebruikelijke full-time werkweek, ook tijdens de schoolvakanties moeten werken aan hun niet-lesgebonden taken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf, en de alinea staat in dat document op bytes 19894 tot 20804.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf | shasum -a 256