Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2183.

3.10. Dit een en ander, gevoegd bij de rechtsonzekerheid die te duchten is wanneer de hoogste bestuursrechter (voor het openbaar onderwijs) en de hoogste burgerlijke rechter (voor het bijzonder onderwijs) een tegenovergestelde uitleg zouden geven aan één en dezelfde nationale bepaling, maakt het gewenst dat de uitleg welke de CRvB aan art. I-C2 RpbO heeft gegeven ook in deze zaak wordt gevolgd. Wanneer werkgevers en werknemers in het bijzonder beroepsonderwijs een regeling verkiezen waarin leerkrachten een vast aantal vakantieverlofdagen per jaar krijgen (boven het wettelijk minimum van art. 7:634 BW), staat het hen vrij zulks overeen te komen. Onderdeel 1 onder a acht ik gegrond. De klachten onder b, c en d behoeven in dat geval geen behandeling. Op individuele afspraken over de omvang van het vakantieverlof, die afwijken van (het via de c.a.o. toepasselijke) art. I-C2 RpbO, is in dit geding geen beroep gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf, en de alinea staat in dat document op bytes 22886 tot 23826.