Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2183.

3.13. Op het eerste gezicht lijkt de Stichting daarin gelijk te hebben: de lerares krijgt de vakantieverlofdagen waarop zij recht heeft. Hiertegen kan echter worden ingebracht dat het wettelijk verbod van onderscheid tussen mannen en vrouwen zich niet beperkt tot het toekennen van vakantieverlofdagen (in de betekenis die titel 10 van boek 7 BW aan het begrip "vakantieverlof" geeft). Art. 7:646 BW spreekt immers in algemene zin over onderscheid in de arbeidsvoorwaarden. Ook de artikelen 1 en 5 van de Richtlijn gelijke behandeling m/v spreken in algemene zin van arbeidsvoorwaarden. Het behoeft geen betoog dat het begrip "arbeidsvoorwaarden" in de Richtlijn verdragsautonoom moet worden uitgelegd. Hoewel in dit cassatiemiddel niet aan de orde(21), is bovendien nuttig te weten dat art. 11 lid 2 van de Zwangerschapsrichtlijn voorschrijft dat in geval van zwangerschaps- en bevallingsverlof naast het behoud van bezoldiging of het genot van een passende uitkering ook "de rechten verbonden aan de arbeidsovereenkomst" van de desbetreffende werkneemster moeten worden gewaarborgd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea12b7b3eda5a611e20d719e9c3afb6621ed4a78ed8c99369a0112e91bdf89cf, en de alinea staat in dat document op bytes 24730 tot 25827.