Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2202.
4.28 Onderdeel 3 klaagt er terecht over dat hetgeen in rov. 4.8 - 4.11 tot uitdrukking wordt gebracht niet juist is. Het kan [eiser] evenwel niet te stade komen omdat de Rechtbank, zoals hierboven werd vermeld, een reeks oordelen heeft geveld die haar oordeel kunnen dragen. Uit die andere - reeds besproken - oordelen vloeit voort dat de Rechtbank in de door het onderdeel aan de kaak gestelde rov. haar bedoeling slechts minder gelukkig verwoordt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0, en de alinea staat in dat document op bytes 35520 tot 35983.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0 | shasum -a 256