Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2202.

4.31 Bovendien bestaat ten deze tussen de maatstaf van de artikelen 6:174 en 6:162 BW geen wezenlijk verschil.(10) Art. 6:174 BW wijkt in zoverre van art. 6:162 BW af dat in beginsel(11) zonder belang is of de door art. 6:174 BW aangewezen aansprakelijke persoon een verwijt treft van het feit dat de weg niet voldoet aan de eisen die men daaraan mag stellen.(12) Zouden vandalen in de winter bij lage buitentemperaturen een rivierbedding over een snelweg geleiden waardoor de weg spiegelglad wordt, dan zal de Staat - los van de tenzij-clausule - aansprakelijk zijn voor de schade die weggebruikers lijden omdat zij in de slip geraken. Met name zal de Staat zich er niet op kunnen beroepen dat sprake is van een snelweg in een afgelegen deel van het land zodat hij van deze euvele daad geen weet had. Om dergelijke situaties gaat het hier evenwel niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0, en de alinea staat in dat document op bytes 36545 tot 37412.