Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 118 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2202.

4.38 Hierboven onder 4.5 - 4.7 werd reeds aangegeven waarom m.i. weinig heil valt te verwachten van het plaatsen van borden en waarom dat dus niet noodzakelijk is. Zelfs wanneer men veronderstellenderwijs aanneemt dat met enige frequentie ongevallen door ZOAB worden berokkend die op een DAB-wegdek achterwege zouden zijn gebleven, kan de panacee niet het plaatsen van zinloze borden zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0, en de alinea staat in dat document op bytes 39820 tot 40223.