Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2202.

3.6 Bij cvr heeft [eiser] zijn stellingen nader uitgewerkt. Hij heeft volhard in zijn stellingname dat de weg ter plaatse gebrekkig was in de zin van art. 6:174 BW. Het gevaar van glad worden van ZOAB vloeit wel degelijk rechtstreeks voort uit de samenstelling en structuur van het asfalt zelf. Dit geldt ook voor de omstandigheid dat bij ZOAB de gladheidsbestrijding niet adequaat kan worden beheerst. Mede gezien het feit dat het hier een autosnelweg betreft, dient volgens [eiser] dan ook te worden geconcludeerd dat de weg ter plaatse niet de veiligheid bood die daarvan in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Dat de Staat zelf ook van mening is dat aan een met ZOAB bedekte weg een gebrek kleeft, blijkt ook uit het feit dat hij bezig is met de ontwikkeling van dubbellaags ZOAB, aldus [eiser] (onder 3-10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0, en de alinea staat in dat document op bytes 8937 tot 9775.