Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2202.
3.9 Bij cvd heeft de Staat nogmaals beklemtoond dat gladheid door ijzel geen gebrek in de zin van art. 6:174 BW oplevert aangezien de gladheid niet wordt veroorzaakt door het wegdek als zodanig maar door de ijzel. Los daarvan hebben de (relatieve) nadelen van ZOAB zich volgens de Staat in het onderhavige ook niet voorgedaan. Er was immers al geruime tijd sprake van ijzel en bovendien was het verkeersaanbod op 1 januari 1996 uiterst gering. Hierdoor waren alle wegen in het land glad door ijzel en opvriezing van natte weggedeelten. Het ZOAB-wegdek heeft dan ook niet tot meer of eerdere gladheid aanleiding gegeven dan ander wegdek zou hebben gedaan (onder 2-6, 11 en 13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0, en de alinea staat in dat document op bytes 11396 tot 12086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0 | shasum -a 256