Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2202.
3.10 Ook als het ZOAB in de gegeven omstandigheden wel tot grotere gladheid zou hebben geleid, voert dit volgens de Staat nog niet tot de conclusie dat de weg gebrekkig was in de zin van art. 6:174 BW. Aangezien het in Nederland vaker regent dan ijzelt, is de keuze voor ZOAB gezien de daaraan verbonden voordelen gerechtvaardigd, waarbij nog komt dat op de Staat geen garantieverplichting rust de wegen van gladheid te vrijwaren. Bij ijzel dient de weggebruiker rekening te houden met gladheid en hij mag niet verwachten dat gladheid onder alle omstandigheden effectief kan worden bestreden (onder 7-11 en 13). De Staat heeft daaraan nog toegevoegd dat uit de omstandigheid dat onderzoek wordt gedaan naar een (nog) veiliger wegdek uiteraard niet de conclusie mag worden getrokken dat het thans gebruikte ZOAB dus gebrekkig is, nog afgezien van het feit dat dit onderzoek is gebaseerd op rapporten van ná het ongeval (onder 12).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0, en de alinea staat in dat document op bytes 12106 tot 13050.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0 | shasum -a 256