Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2202.

3.27 De Rechtbank is van oordeel dat van zo'n tekortkoming geen sprake is. Art. 6:174 BW kan slechts toepassing vinden indien sprake is van een gebrek aan de weg als zodanig en niet als de gebrekkigheid bestaat in de aanwezigheid van ijzel op het wegdek. Ijzel is immers niet duurzaam met het wegdek verenigd en hoort daarop niet thuis. De aanwezigheid van ijzel is geen verschijnsel dat een eigenschap (gladheid) toevoegt aan het wegdek zelf. Het is de ijzel als zodanig die in beginsel alle wegdekken glad maakt. Dat bij de bestrijding van ijzel bij ZOAB twee relatieve nadelen optreden, is ook niet terug te voeren op fouten bij de aanleg van het wegdek. Deze twee relatieve nadelen "kunnen niet worden aangemerkt als een gebrek in de zin van artikel 6:174 BW". De grieven I en II treffen daarmee doel, aldus de Rechtbank (rov. 4.9-4.11).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0, en de alinea staat in dat document op bytes 20445 tot 21299.