Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2202.

3.30 Wat de waarschuwingsplicht betreft, is de Rechtbank van oordeel dat de Staat als wegbeheerder niet met verkeersborden (ZOAB, al dan niet met onderschrift IJZEL) behoeft te waarschuwen tegen een kortdurend gevaar dat wordt veroorzaakt door plotselinge, incidentele (weers-)omstandigheden welke - zelfs onder de omstandigheden waarbij de relatieve nadelen van ZOAB optreden - ook op andere wegbedekkingen gevaar kunnen opleveren. De Rechtbank wijst er daarbij op dat van weggebruikers mag worden verwacht dat zij zich via de media op de hoogte stellen van de heersende weersomstandigheden. In het onderhavige geval is via de media meermalen nadrukkelijk gewaarschuwd voor gladheid veroorzaakt door ijzel. Ook Grief III treft daarmee doel (rov. 4.14-4.16).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0, en de alinea staat in dat document op bytes 21991 tot 22762.