Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2202.
4.7 Mij lijkt duidelijk dat de kosten van het plaatsen van borden op ongeveer de helft van de snelwegen (te weten ten minste voor iedere oprit) allerminst beperkt zullen zijn. Daarom zal slechts van de Staat kunnen worden gevergd dat hij ze toch plaatst wanneer de kosten verantwoord zijn in relatie tot het daarvan te verwachten nut. Dat nut is, als gezegd, hooguit heel beperkt. Ook al omdat zo frequent geplaatste borden niet langer opvallen en al helemaal niet meer gedragsbeïnvloedend werken. Dat is, naar ik meen, een feit van algemene bekendheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0, en de alinea staat in dat document op bytes 26207 tot 26774.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8347e5dd117cc4837c22449343c98298d4a4bcceb272cb726fc3dfdbd538fb0 | shasum -a 256