Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2245.

9. Naar ik meen ligt in de rechtsoverwegingen 6.1. t/m 6.3. van de bestreden uitspraak als oordeel van het Hof besloten, dat B B.V. in haar hoedanigheid van aandeelhouder belanghebbende welbewust heeft bevoordeeld met de waarde van de goodwill welke ten tijde van de inbreng in de onderneming aanwezig was. Kennelijk heeft het Hof de stellingen van belanghebbende in deze zin uitgelegd en ze aannemelijk bevonden. Onbegrijpelijk is dat mijns inziens niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdc163e7d0ec457bc7e84261951528af01c1e246bc59860378a6652a73dd8c7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdc163e7d0ec457bc7e84261951528af01c1e246bc59860378a6652a73dd8c7a, en de alinea staat in dat document op bytes 12078 tot 12546.