Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2376.
2.16 De derde klacht richt zich tegen rov. 5.7 waar de rechtbank - overigens zonder dat aan die kwestie door partijen aandacht was besteed - heeft geoordeeld dat de bepalingen van de CAO-Z ook van toepassing blijven in de perioden waarin de CAO-Z haar algemeen verbindende status mocht verliezen. De klacht houdt in dat "nawerking" niet kan optreden uit hoofde van het enkele feit dat De Heel lid zou zijn van een werkgeversorganisatie die partij is bij de CAO voor het ziekenhuiswezen. Die nawerking treedt ingevolge artt. 9, 12 en 13 van de Wet op de CAO uitsluitend op in de relatie van een georganiseerde werkgever tot diens georganiseerde werknemers. Verder is volgens de klacht onjuist, dat als De Heel géén lid is van een werkgeversorganisatie, partijen na afloop van de a.v.v. terugvallen op een situatie waarin inschaling "op basis van de ervaringsjaren" moet plaatsvinden. Partijen hebben immers uitdrukkelijk een regeling getroffen waarin niet van die ervaringsjaren werd uitgegaan. In zo'n geval vallen zij na ommekomst van de a.v.v. terug op hetgeen daadwerkelijk tussen hen is overeengekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1abdf8a55779bbc9962b1c0a34db4b0e66af84201faecbb1040fcf8d37fc9f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1abdf8a55779bbc9962b1c0a34db4b0e66af84201faecbb1040fcf8d37fc9f4, en de alinea staat in dat document op bytes 25652 tot 26774.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f1abdf8a55779bbc9962b1c0a34db4b0e66af84201faecbb1040fcf8d37fc9f4 | shasum -a 256