Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2380.
Heel in het kort gezegd bestelt een bedrijf (Kuijpers) een bulkoplegger bij een ander bedrijf (Wijnveen). Daaraan zijn besprekingen voorafgegaan in het bedrijfspand van de koper met instemming van haar directeur, die de gesprekken gedeeltelijk heeft bijgewoond. Vervolgens stuurt de verkoper een opdrachtbevestiging, die door de directeur van koper wordt gezien, maar terzijde wordt gelegd. Als de verkoper vervolgens op betaling aanspraak maakt, krijgt hij te horen dat de tussenpersoon (Steijvers) die, met instemming van de directeur, de onderhandelingen heeft gevoerd, blijkens een publicatie in het handelsregister niet bevoegd was een transactie van deze omvang namens de koper aan te gaan. Het is evident dat een dergelijke onfatsoenlijke opstelling, onder welke vertegenwoordigingstheorie ook, niet gehonoreerd mag worden. De koper wordt dan ook in drie instanties aansprakelijk gehouden. Het hof legde daartoe de nadruk op het feit dat de koper niet onmiddellijk na ontvangst van de opdrachtbevestiging de wederpartij heeft gewaarschuwd. Volgens de Hoge Raad heeft het hof hiermee tot uitdrukking gebracht dat sprake was van schijn van verlening van volmacht, althans van schijn van bekrachtiging. De Hoge Raad oordeelde verder dat het hof geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e, en de alinea staat in dat document op bytes 18769 tot 20088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e | shasum -a 256