Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2380.
3.2 Onderdeel I (subonderdelen 6-12) strekt in de kern ten betoge dat, nu vaststaat dat de door [eiser 1] en [eiseres 2] ingeschakelde makelaar in het concrete geval niet bevoegd was ook [eiseres 2] te binden, art. 3:61 lid 2 BW meebrengt dat het hof had moeten onderzoeken of [verweerder] op grond van een verklaring of gedraging van [eiseres 2] heeft aangenomen en onder gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat aan die makelaar een toereikende volmacht was verleend. Ten onrechte, althans zonder voldoende motivering, heeft het hof [eiseres 2] gebonden geacht op grond van de door [eiser 1] gewekte schijn en deze voor risico van [eiseres 2] gebracht, aldus nog steeds het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e, en de alinea staat in dat document op bytes 23384 tot 24099.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e | shasum -a 256