Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2380.
3.4 Hoe dat zij, belangrijker is dat, in elk geval anders dan het onderdeel stelt, het hof de aan [eiseres 2] toerekenbare schijn dat de makelaar tot die aanvaarding ook in verhouding tot haar bevoegd was, niet heeft gebaseerd op het enkele optreden van [eiser 1], maar mede in zijn oordeel heeft betrokken (i) dat [eiser 1] door [eiseres 2] in de onderhandelingen met [verweerder] als haar boodschapper was gebruikt; (ii) dat het onderhavige aanbod al het vierde was dat [verweerder] deed en - hoewel het hof dat niet met zoveel woorden zegt, maar het ligt voldoende duidelijk in zijn arrest besloten - (iii) dat [eiseres 2] (door tussenkomst van [eiser 1]) bepaalde bezwaren had geuit tegen de eerdere drie aanbiedingen van [verweerder], aan welke bezwaren het vierde bod aan deze bezwaren tegemoet kwam. Gelet op deze omstandigheden, in samenhang bezien, heeft het hof geoordeeld dat [verweerder] heeft mogen begrijpen dat [eiser 1] mede namens [eiseres 2] sprak, toen hij ([verweerder]) van [eiser 1] het advies kreeg zijn aanbod van f 475 000,- uit te brengen bij de makelaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e, en de alinea staat in dat document op bytes 25692 tot 26786.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e | shasum -a 256