Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2380.

Van de rechter hoeft niet te worden verlangd dat hij de maatstaf waaraan hij de feiten en omstandigheden van het geval toetst, expliciet formuleert. Noodzakelijk, maar ook voldoende is dat die maatstaf kennelijk aan zijn beslissing ten grondslag ligt en dat deze op juiste, althans niet onbegrijpelijk gemotiveerde wijze in het concrete geval is toegepast. Daarom doet het er niet toe of het hof in het concrete geval heeft geredeneerd langs de weg van (kort gezegd) het toedoenbeginsel of het risicobeginsel, hetgeen uit het bestreden arrest niet valt op te maken.(17) De door het hof beslissend geachte bijzondere omstandigheden van het geval, kunnen immers op beide fundamenten steunen. Meer in het bijzonder geldt dit ook voor het toedoenbeginsel. In de voormelde omstandigheden kan zonder enige moeite een (voldoende) toedoen van [eiseres 2] worden gezien in het feit dat zij (de eerste drie keer) [eiser 1] in haar communicatie met [verweerder] als haar boodschapper inschakelde. Daardoor (eventueel in samenhang met het feit dat zij [verweerder] niet voor het tegendeel waarschuwde) wekte zij tegenover [verweerder] de aan haar toerekenbare schijn dat [eiser 1] ook met haar instemming handelde, toen deze reageerde op het vierde bod van [verweerder] dat in het verlengde lag van diens eerdere aanbiedingen en aan de eerdere bezwaren van [eiseres 2] tegemoetkwam(18):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e, en de alinea staat in dat document op bytes 27375 tot 28762.