Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2380.

7 HR 7 februari 1997, NJ 1997, 291. Verdere rechtspraak betreffende de vraag of de opdrachtgever van een makelaar aan door deze verrichte rechtshandelingen is gebonden ondanks het ontbreken van bevoegdheid, is HR 1 juli 1976, NJ 1979, 494 (het feit dat de makelaar in het verleden ruggespraak had gehouden met zijn opdrachtgever, althans voordien had verklaard dat de instemming van de opdrachtgever moest worden afgewacht, was beslissend voor het onthouden van bescherming aan de koper) en HR 21 oktober 1988, NJ 1989, 80 (de derde behoorde te begrijpen dat de makelaar in de gegeven omstandigheden voor zijn handelen niet een toereikende volmacht had).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee31a4b4cf843fdf62a63731c99683eb524d2831a11d93c67411a436d551104e, en de alinea staat in dat document op bytes 35577 tot 36244.