Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2383.

2.20 De vraag rijst of het succes van het onderdeel volstaat om de eerste pijler onder 's hofs oordeel weg te slaan. Het hof heeft immers mede verwezen naar de noodzakelijke instemming van KABNA met de beheersovereenkomst (rov. 4.11), tegen welk oordeel geen expliciete klacht is gericht. Mijns inziens doet het succes van onderdeel 3.1 echter ook de bodem aan de onderhavige overweging ontvallen omdat de verplichting van het Eilandgebied om tijdig het concept voor de beheersovereenkomst op te stellen, impliceert dat het dit concept ook tijdig diende toe te zenden aan een derde als KABNA die daaraan, naar de bedoeling van partijen, zijn goedkeuring diende te verlenen. Gesteld noch gebleken is dat KABNA, bij tijdige toezending van het concept, zijn toestemming daaraan zou hebben onthouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb176fbb9fedfd8c59c7b5562134c4eab38373221791b3817e1a5de745d83f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb176fbb9fedfd8c59c7b5562134c4eab38373221791b3817e1a5de745d83f5, en de alinea staat in dat document op bytes 29731 tot 30540.