Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002
Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2383.
2.34 Ik stel ik nu ten overvloede de onderdelen 4.d en 4.e in samenhang aan de orde - en in het verlengde daarvan de onderdelen 4.g-4.i - die zijn gericht tegen de tweede pijler waarop de rov. 4.14-4.19 zijn gebouwd. Met onderdeel 4.d betoogt Van der Valk, kort gezegd, dat de onzekerheidsexceptie nog geen deel uitmaakte van het tot 15 januari 2001 op de Antillen geldende recht; met het onderdeel 4.e herhaalt zij dit betoog en voert daarnaast aan dat het hof zijn oordeel, dat voor het inroepen van de exceptie in het onderhavige geval voldoende grond bestond, onvoldoende heeft gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb176fbb9fedfd8c59c7b5562134c4eab38373221791b3817e1a5de745d83f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb176fbb9fedfd8c59c7b5562134c4eab38373221791b3817e1a5de745d83f5, en de alinea staat in dat document op bytes 43752 tot 44359.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdb176fbb9fedfd8c59c7b5562134c4eab38373221791b3817e1a5de745d83f5 | shasum -a 256